Praktijkdag Precisielandbouw08-07-2013: Praktijknetwerk ‘Natuurlijk leven – Natuurlijk telen’

Bollenkwekers en vaste plantentelers dringen binnen het praktijknetwerk ‘Natuurlijk leven – Natuurlijk telen’ het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest terug, zonder opbrengstverlies. Ze gebruiken alternatieve, natuurlijke stoffen om een deel van de kunstmest te vervangen. De weerstand van bodem en plant wordt verhoogd met compost en versterkers. Op die manier willen de kwekers het milieu en de portemonnee sparen. Aanleiding voor het project zijn de kanttekeningen bij het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Delen van de chemische meststoffen spoelen uit, van andere stoffen krijgt de plant juist te veel. De meststoffen zijn dus niet optimaal beschikbaar voor het gewas. Gewasbeschermingsmiddelen tasten het bodemleven aan en zijn schadelijk voor het milieu. In de agrarische sector zijn deze stoffen echter ruim vijftig jaar lang gebruikt. Dat is voor biologisch bollenteler Wil Braakman de reden om het praktijknetwerk te starten. De deelnemers willen het roer omgooien. Ze gaan voor een duurzame landbouw en menen dat het terugdringen van het middelengebruik noodzakelijk is. Bodemevenwicht en een gezond gewas dat weerbaar is tegen zieken en plagen is het doel.

Bodem en gewas
Samen met tuinbouwadviseurs zijn de telers in het seizoen 2012-2013 al begonnen met een andere aanpak binnen het bestaande, gangbare bedrijf. Zo doen ze aan niet kerende grondbewerking, gebruiken ze in plaats van KAS natuurlijke meststoffen en plantversterkers als ureum, compostthee, huminezuren, gesteentemeel en bitterzoutbespuitingen in combinatie met fulvinezuur. Met analyses van het plantsap wordt gecontroleerd of het gewas voldoende mineralen krijgt. Het organische stofgehalte in de bodem wordt verhoogd door het gebruik van een zogeheten vitaliser dat aan het water wordt toegevoegd en er wordt gesteentemeel gestrooid. Met monsters wordt vooraf gekeken hoe de bodem er aan toe is en er wordt een bioscan gedaan om het bodemleven in beeld te brengen. Ook wordt met een bio-elektronische meting (BEV) de pH, de EC en het zogeheten redoxpotentiaal (uitwisseling van elektronen van de bodem) gemeten. De uitkomsten geven een beeld van het milieu in de bodem (zuurtegraad, zoutgehalte en de oxidatiegraad), om te beoordelen hoe gezond de bodem is.

Cursus
De deelnemers volgen allemaal een cursus waarin bodemstructuur, mineralen als plantenvoeding, compost en bodembiologie aan de orde komen. Met de kennis en de hulp van tuinbouwadviseurs hopen de telers vier doelen te bereiken: verbetering van de bodemstructuur, een rijker bodemleven , een hoger gehalte organische stof in de bodem en daardoor een lager gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Aan het project wordt ook een breder netwerk gekoppeld, dat bestaat uit telers die de verrichtingen van de deelnemers willen volgen, mee willen profiteren van de kennis die dit praktijknetwerk oplevert en ervaringen met elkaar delen. Het is wel de bedoeling dat deze ‘volgers’ ook aan de cursus meedoen.

Financiering
De deelnemers betalen zelf twintig procent van de kosten en financieren het project voor. Via de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken krijgt het praktijknetwerk twee jaar subsidie. Daarna volgt afronding van het project, maar het bredere netwerk kan blijven bestaan.

Meer informatie bij Ton van der Lee

 


« Nieuwsoverzicht